Weet je wat pas écht erg is?
Ja, dat labeltje dat in je nek kriebelt is irritant.
De veel te hard pratende buren in je treincoupé zijn strontvervelend.
En die kerel in de kassarij die blijft bellen terwijl hij afrekent? Die kun je wel wurgen.
Maar échte ellende?
Dat is poeptrage WiFi.
Mailtje versturen. Lukt niet.
Linkje volgen. Blanco scherm.
Appje openen. Loopt vast.
Saldo checken. Duurt eeuwen.
Draaiende wieltjes galore.
Waar het door komt maakt niet uit. Er staat een file in het WiFi-kanaal, of voor je -poort, of weet jij veel. Zo kun je niet werken man, dáár gaat het om.
Je brult, de poes rent met een dikke staart de trap op, je laptop moet het raam uit, iedereen die tegen je praat kan een dreun krijgen, er moet sowieso iets kapot.
Dat dat allemaal niet helpt weet je ook wel.
Dus je laat je laptop staan, staat op, trekt je jas aan.
Je negeert de vragen van je huisgenoten. Roept ‘Nu even niet!’.
Je slaat de deur achter je dicht. Haalt adem. Beweegt. Kijkt om je heen.
Pas als je weer een beetje tot rust bent gekomen ga je proberen de situatie thuis op te lossen.
Je zegt sorry tegen je liefde. Geeft de poes een aai.
Je trekt de stekker tien seconden uit je modem en, als dat niet helpt (wat meestal zo is), vraag je advies aan je provider. Na drie vruchteloze conversaties met de chatbot kijkt je schatje nog even mee, die schudt van ‘nee, ik begrijp er ook niks van.’
Je neemt je laptop mee naar je favoriete koffiehub, bestelt een verantwoord kopje koffie mét appelgebak en logt in op het gastennetwerk.
Met andere woorden: je doet er alles aan om weer op full speed en met goede zin te kunnen werken. Dat lukt.
Overal waar ‘je’ staat heb ik het natuurlijk of mezelf.
Maar let op: er zijn overduidelijke parallellen met een veelvoorkomend en bloedirritant verschijnsel dat kan optreden tijdens jouw schrijfproces.
Stel je voor, je zit lekker in je flow. Je weet wel: je hoofd schrijft sneller dan je vingers kunnen, zo snel zelfs dat je soms bang bent dat briljantjes in de vloedgolf aan ideeën verdwijnen. Tevreden feliciteer je jezelf met het verhaal dat op het scherm verschijnt.
Dagenlang is het feest aan de keukentafel.
En dan, opeens, valt de hele boel stil.
Je hoofd wordt traag, geen woord past meer, je vingers weten plotseling niet meer wat ze gingen typen. Met de ballen in je buik kijk je naar de knipperende cursor.
Er is een file aan ideeën ontstaan. En ze willen er allemaal tegelijkertijd uit, via hetzelfde poortje. ‘Kak!’
Je ijsbeert voor je scherm heen en weer.
Poes ziet de bui al hangen en verstopt zich achter de bank.
Je huilt, je jammert, je weet zeker dat het nooit meer goed komt.
‘Gaat het?’ vraagt schatje.
‘Nu even niet!’
Jas aan. Deur dichtslaan. Ademhalen, bewegen, om je heen kijken.
Terug achter je scherm los je de congestie in je hoofd op.
‘Sorry,’ zeg je tegen schatje en je aait de poes.
Je verhuist je scherm naar je werkkamertje.
Je maakt een lijstje van alles wat er in je hoofd voorbijkomt.
Ter afleiding werk je een nieuw idee uit.
Je belt een vriend of vriendin die je vertelt over je trage hoofd en je weigerende vingers.
Je leest een paar hoofdstukken in een boek van je favoriete schrijver.
Daarna print je wat je tot nu hebt geschreven uit. Je gaat in je koffietentje zitten. Leest en maakt aantekeningen.
Wedden dat de ideeën weer gaan stromen?
Heb je tóch behoefte aan een professionele flowmonteur? Wil je even sparren over je boekidee? Heb je een plan nodig om verder te komen?
Ik denk graag met je mee. Maak een afspraak.