Nee.
Dat is het eerste woord dat mij binnenvalt als ik wakker word.
In het vage gebied tussen slapen en ontwaken verkeer ik in twee werelden tegelijk. Net zoals ik ’s avonds moeite heb met het afsluiten van de dag, ben ik ’s morgens niet direct klaar om de wereld te bestormen.
Iedere ochtend als ik vanuit het veilige donker terug het hardvochtige licht in geknald word, onderga ik mijn persoonlijke Big Bang. Van niets naar alles.
De wekker piept
Bij de buren klinkt opgewonden geblaf. Ik denk aan Tommie de hond en krijg een brok in mijn keel. Een eikel op een motor geeft een enorme dot gas en knettert onder mijn raam langs, de straat uit. Greta Thunberg en Andrew Tate verschijnen ongewenst aan mijn geestesoog. Small dick energy. Pizzadozen recyclen. Mijn belastingaangifte.
Alles op mijn to-do lijst voor de komende twee jaar komt langs. Grote brokken belangrijke en onbelangrijke informatie slingeren om me heen. Mijn hoofd babbelt erop los. Ik kan er geen saus van maken. En ik voel geen enkele aandrang om op te staan.
Help. Dat is dus het tweede woord dat me binnenvalt als ik wakker word.
Maar ik doe dit al mijn hele leven. Inmiddels weet ik dat de belangrijke stukjes op hun plaats vallen als ik mijn ochtendritueeltje inschakel.
Het moeilijkste is: in actie komen
Ik zet mijn benen over de bedrand en sta tegen alle weerstand in op. Wat helpt is dat ik meestal best nodig naar de wc moet. (TMI?)
Ik eet mijn standaard gezonde ontbijtje. Ik gooi wat koud water over mijn hoofd en smeer een kwak koudgeperste Shea Butter op mijn gezicht. Ik doe oorbellen in. Ik loop mijn stukje door de buurt. Ik mediteer een paar minuten, zittend op een bemost bankje en stel me voor hoe mijn dag verder verloopt. Ik haal een kopje wandelkoffie. Hallo, wereld.
Na een uur of twee ontstaat er overzicht en ruimte. Door mijn zintuigen aan te zetten, vaste grond op te zoeken en de paniek weg te laten stromen. Onbelangrijke zaken en dingen-voor-later verdwijnen naar de achtergrond. Ik weet weer voor wie en waarom ik het doe, dat leven en werken. Ik ben op verhaal gekomen.
Een herkenbaar proces?
Als schrijver loop je geheid een keer tegen zo’n moment van ontreddering aan. Een tijd lang heb je in het veilige donker, onzichtbaar voor vreemde ogen, aan je boek geschreven. Om het in één keer, met een grote knal, aan het licht bloot te stellen is dan te veel gevraagd.
Op het moment dat je plannen serieuze vormen aannemen dringen levensbelangrijke vragen zich op: voor wie schrijf ik mijn boek eigenlijk, ik bedoel: wie zit er eigenlijk op mijn verhaal te wachten? Wat is de kern van mijn betoog? En hoe vind ik die in deze enorme berg aan teksten?
Zodra je je voorstelt dat je verhaal door iemand anders dan je bestie gelezen wordt, raak je los van je materiaal. Je bent even het plezier kwijt, je kunt even niet verder.
Dat is volkomen normaal. Waarschijnlijk heb je het zelfs nodig, want vaak vergt het wat afstand om vorm aan de inhoud te geven.
Hulp
Wees niet bang om hulp in te schakelen bij het vinden van oplossingen voor die existentiële kwesties. Door het stellen van de juiste vragen aan de juiste mensen kom je erachter welk boek je eigenlijk aan het schrijven bent. En: voor wie. Dán wordt het een feest om weer aan je boek te werken.
Ik ben zo’n mens. Kom maar door met je vragen.
Inmiddels heb ik een bak aan ervaring bij het vinden van de kern in die berg mooie ideeën. Want dat is precies wat ik écht leuk vind om te doen.
Ben je klaar met het solo-worstelen?
Nou, dan gaan we toch lekker samen op zoek naar de kern van je verhaal? We rekenen af met de paniek, we schakelen je zintuigen in en onderweg vinden we de belangrijke stukken die je per ongeluk tussen enorme brokken random informatie en gebabbel hebt verstopt.
En voor je het weet ben je er klaar voor, om uit het donker, het licht in te stappen.